
Wet Rietkerk-uitkering
Artikel 4
1
De uitkering ten bedrage van 907,56 's jaars wordt op aanvraag, met inachtneming van het in deze wet bepaalde, door Onze Minister toegekend aan de rechthebbende, bedoeld in artikel 2.
2
De toekenning blijft van kracht zolang het recht op de uitkering voortduurt, met dien verstande dat in het geval, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de toekenning wordt gewijzigd zonder dat daartoe een nieuwe aanvraag wordt vereist.
3
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, eindigt de toekenning in de gevallen, bedoeld in artikel 3, tweede, derde en vierde lid, bij het eindigen van het recht op de uitkering van de rechthebbende.
De aanvraag
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.